Wanneer ik vraag elke week op tijd te zijn,

ben ik zelf, elke week, op tijd.


De eerste week zijn er misschien maar drie op tijd.
Niet zeuren, niets over zeggen, deal with it, focus op degenen die wel op tijd zijn, beginnen, door.

De tweede week zijn er tien op tijd.

De derde week is er één te laat die dat al keurig had laten weten.

En op een gegeven moment kunnen we hierin gewoon op elkaar rekenen.


Zonder ‘gepraat’, regels benadrukken of verwijten.

Door alert op mijn eigen gedrag te zijn. Wat ik zelf doe, laat en of zeg.

Eigen gedrag, ook in dit soort kleine dingen, blijkt zelfs waardevol te zijn voor wat je later nog tegenkomt.